PPWR: wat moet je als merkhouder, fabrikant en levensmiddelenbedrijf nu eigenlijk regelen?

PPWR. De afgelopen jaren kon je er eigenlijk niet meer omheen. En toch ontstaat er nog steeds verwarring over de vraag wanneer de regels nu precies zijn ingegaan. Dat is ook niet zo vreemd. De Packaging and Packaging Waste Regulation (PPWR), Verordening (EU) 2025/40, is namelijk al op 11 februari 2025 in werking getreden, maar de verordening is in algemene zin pas vanaf 12 augustus 2026 van toepassing. Sommige verplichtingen gelden sinds die datum, terwijl andere eisen pas in 2027, 2028, 2030 of nog later gaan gelden. Daarnaast moeten verschillende onderdelen nog verder worden uitgewerkt in uitvoeringshandelingen, gedelegeerde handelingen, standaarden en richtsnoeren. Dat verklaart ook waarom het soms voelt alsof er iedere paar maanden weer iets nieuws bij komt. De PPWR stond al vast, maar de praktische uitwerking is nog volop in beweging.

Wat is de PPWR eigenlijk?

De PPWR is de nieuwe Europese verordening voor verpakkingen en verpakkingsafval. De oude Richtlijn 94/62/EG is vanaf 12 augustus 2026 grotendeels ingetrokken en vervangen door rechtstreeks werkende Europese regels. Het doel is onder andere om minder verpakkingsafval te produceren, verpakkingen beter recyclebaar te maken, hergebruik te stimuleren, meer gerecycled materiaal toe te passen en schadelijke stoffen in verpakkingen verder terug te dringen. De PPWR raakt daarbij vrijwel iedere onderneming die verpakkingen maakt, laat maken, vult, importeert, verkoopt, distribueert of gebruikt. En precies daar begint de eerste belangrijke vraag:

Welke rol heb jij eigenlijk? Fabrikant, producent, importeur of leverancier?

De PPWR gebruikt verschillende juridische rollen. Denk onder andere aan de fabrikant, leverancier, importeur, distributeur en producent. En dat kan verwarrend zijn, omdat we deze woorden in het dagelijkse bedrijfsleven soms anders gebruiken. Vooral het begrip fabrikant verdient aandacht. Bij levensmiddelen zeggen we vaak dat de partij die het product produceert of afvult de fabrikant is. Onder de PPWR hoeft dat niet zo te zijn.

De Europese Commissie heeft in haar guidance uit juni 2026 expliciet uitgelegd dat de PPWR-fabrikant niet noodzakelijk de partij is die de verpakking fysiek produceert. Er moet onder andere worden gekeken naar wie invloed heeft op het ontwerp of de vervaardiging en onder wiens naam of handelsmerk de verpakking of het verpakte product op de markt komt.

Een praktisch voorbeeld: merkhouder en loonfabrikant

Stel: Jij bent eigenaar van een merk voedingssupplementen. Je bepaalt zelf: welke pot je wilt gebruiken, welk materiaal, welke dop, welk etiket, het ontwerp en de productspecificaties. Vervolgens geef je een externe producent opdracht om het supplement te produceren en de potten voor jou te vullen, te sluiten en te etiketteren. In het dagelijks taalgebruik noemen we die externe producent misschien de fabrikant. Maar onder de PPWR kan juist jij als merkhouder de juridische fabrikant zijn, omdat het verpakte product onder jouw eigen naam of handelsmerk wordt vervaardigd en jij beslissende invloed hebt op de kenmerken van de verpakking. De Europese Commissie geeft aan dat er in beginsel maar één fabrikant in de PPWR-keten is. Dat betekent dus dat je niet automatisch kunt zeggen: “Onze loonfabrikant vult de pot, dus die is verantwoordelijk voor de PPWR.” Je moet eerst beoordelen wie juridisch de fabrikant is.

Maar de vuller kan toch ook fabrikant zijn?

Ja. Voor verkoopverpakkingen is volgens de Commissie normaal gesproken de partij die de laatste verwerkingsstappen uitvoert, bijvoorbeeld vullen en sluiten, en het verpakte product vervolgens op de EU-markt brengt, de fabrikant. In veel situaties is die partij ook meteen de merkeigenaar. Maar wanneer een product onder de naam of het handelsmerk van een andere onderneming wordt vervaardigd, kan die merkeigenaar juist de fabrikant worden. Je moet daarom niet naar één factor kijken, maar naar het geheel: Wie geeft opdracht? Wie bepaalt de verpakkingsspecificaties? Onder wiens naam of merk wordt het product verkocht? Wie brengt het verpakte product op de markt? Dat maakt goede contractuele afspraken tussen merkhouder, contractmanufacturer en verpakkingsleverancier belangrijker dan ooit.

Fabrikant en producent betekenen niet hetzelfde

Dit is nog een belangrijk onderscheid. De fabrikant is binnen de PPWR vooral verantwoordelijk voor de conformiteit van de verpakking met de toepasselijke producteisen. De term producent wordt vooral gebruikt in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, oftewel EPR/UPV: wie is in een bepaald land verantwoordelijk voor het afvalstadium, registratie en financiering van inzameling en recycling? Dat kunnen dus verschillende partijen zijn. Je kunt bijvoorbeeld voor een bepaalde verpakking de Europese fabrikant zijn en tegelijkertijd in Nederland als producent onder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden aangemerkt. Of in een andere lidstaat kan juist een andere partij producent zijn. Gebruik deze termen daarom niet door elkaar.

Wat moet de PPWR-fabrikant doen?

De fabrikant heeft een stevige verantwoordelijkheid. Artikel 15 van de PPWR bepaalt onder andere dat een fabrikant vóór het in de handel brengen moet beoordelen of de verpakking aan de toepasselijke eisen voldoet. Daarbij horen onder andere:

  • een conformiteitsbeoordeling;
  • technische documentatie;
  • een EU-conformiteitsverklaring;
  • identificatie van de verpakking;
  • identificatie- en contactgegevens van de fabrikant;
  • maatregelen wanneer blijkt dat een verpakking niet conform is.

De fabrikant kan delen van het technische onderzoek natuurlijk door leveranciers, laboratoria of andere deskundige partijen laten uitvoeren. Maar de verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke conformiteitsverklaring blijft bij de fabrikant. De PPWR bepaalt bovendien dat leveranciers de fabrikant de informatie en documentatie moeten geven die nodig zijn om deze conformiteit aan te tonen. Dat is praktisch heel belangrijk. Je hoeft als merkhouder dus niet alles zelf te meten, maar je moet wel beschikken over voldoende bewijs om jouw conclusie te kunnen onderbouwen.

Wat is dan de verantwoordelijkheid van de contractmanufacturer?

Ook als een contractmanufacturer juridisch niet de PPWR-fabrikant is, heeft deze natuurlijk nog steeds een belangrijke rol. De uiteindelijke verpakking ontstaat soms pas tijdens het vullen en sluiten. Denk bijvoorbeeld aan: sealen, lassen, lijmen, etiketteren, liners, doppen, bedrukkingen, sleeves of aanvullende secundaire verpakkingen. Het productieproces kan daarmee invloed hebben op de uiteindelijke eigenschappen van de verpakking. De contractmanufacturer moet daarom de informatie leveren die nodig is om vast te stellen dat het uiteindelijke verpakkingssysteem overeenkomt met de afgesproken specificaties en veilig en geschikt is voor het beoogde gebruik. Wij zouden dit daarom altijd contractueel vastleggen. Bijvoorbeeld:

Merkhouder: bepaalt verpakkingsconcept, specificaties en verzamelt het uiteindelijke conformiteitsdossier wanneer deze PPWR-fabrikant is.

Verpakkingsleverancier: levert materiaalspecificaties, testrapporten en andere technische documentatie.

Contractmanufacturer: borgt dat de afgesproken verpakking daadwerkelijk wordt gebruikt en dat vullen, sluiten en etiketteren volgens de vastgestelde specificaties plaatsvinden.

Zo voorkom je dat drie partijen allemaal denken dat iemand anders verantwoordelijk is.

En wat als je importeert van buiten de EU?

Dan moet je extra goed opletten. Een importeur mag alleen verpakkingen in de EU in de handel brengen wanneer deze aan de toepasselijke PPWR-eisen voldoen. De importeur moet onder andere controleren of de fabrikant de noodzakelijke conformiteitsbeoordeling heeft uitgevoerd en of de vereiste technische documentatie beschikbaar is. Breng je geïmporteerde verpakkingen of verpakte producten vervolgens onder jouw eigen merk of handelsnaam op de markt, dan kun je onder omstandigheden zelf als fabrikant worden beschouwd. Dus: Private label inkopen buiten de EU? Ga er niet vanuit dat de fabriek buiten Europa jouw volledige PPWR-verantwoordelijkheid overneemt.

En hoe zit het met voedselcontactmaterialen?

Hier komt een heel belangrijk extra stuk bij voor levensmiddelenbedrijven. De PPWR staat namelijk naast de bestaande wetgeving voor voedselcontactmaterialen. Een voedselverpakking moet dus niet alleen aan de PPWR voldoen. Je moet ook blijven voldoen aan de regels voor Food Contact Materials – FCM. De belangrijkste algemene verordening hiervoor is Verordening (EG) nr. 1935/2004. Deze bepaalt onder andere dat materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen zodanig moeten zijn vervaardigd dat ze bij normaal of redelijkerwijs te verwachten gebruik geen stoffen aan het levensmiddel afgeven in hoeveelheden die:

  • gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid;
  • tot een onaanvaardbare verandering van de samenstelling kunnen leiden;
  • of de geur, smaak of andere organoleptische eigenschappen onaanvaardbaar kunnen aantasten.

Voor kunststof voedselcontactmaterialen geldt daarnaast de specifieke Verordening (EU) nr. 10/2011. Daarin staan onder andere regels over toegestane stoffen, migratielimieten, testcondities en verklaringen van overeenstemming. Verordening 10/2011 is expliciet een specifieke maatregel onder Verordening 1935/2004. Dus praktisch:

PPWR → duurzaamheid, materiaalgebruik, schadelijke stoffen, verpakkingseisen, afval en circulariteit.

1935/2004 → algemene voedselcontactveiligheid.

10/2011 → specifieke eisen voor kunststof voedselcontactmaterialen.

En afhankelijk van het materiaal kunnen daarnaast nog andere Europese of nationale FCM-regels relevant zijn.

Eén Declaration of Compliance voor alles?

Hier ontstaat in de praktijk waarschijnlijk ook verwarring. Bedrijven kennen vanuit voedselcontactmaterialen al jaren de Declaration of Compliance, bijvoorbeeld bij kunststof verpakkingen onder Verordening 10/2011. De PPWR kent daarnaast een EU Declaration of Conformity voor de verpakking. Dat zijn juridisch niet zomaar automatisch dezelfde verklaringen. Ze hebben een ander wettelijk kader en een andere inhoud. In de praktijk kan een leverancier er misschien voor kiezen om informatie slim in één dossier of documentenset te combineren. Maar je moet wel kunnen aantonen dat afzonderlijk wordt voldaan aan: de voedselcontactwetgeving én de PPWR. Vraag dus niet alleen: “Heeft u een DoC?” Maar: “Voor welke wetgeving geldt deze verklaring precies?” Dat voorkomt een hoop misverstanden.

Wat geldt sinds 12 augustus 2026 al concreet?

Een van de meest zichtbare nieuwe eisen voor levensmiddelenbedrijven zijn de PFAS-grenswaarden voor voedselcontactverpakkingen. Artikel 5 van de PPWR bepaalt dat vanaf 12 augustus 2026 voedselcontactverpakkingen niet in de handel mogen worden gebracht als zij PFAS bevatten op of boven de vastgestelde grenswaarden. Die bedragen onder andere:

  • 25 ppb voor individueel gericht gemeten PFAS;
  • 250 ppb voor de som van gericht gemeten PFAS;
  • 50 ppm voor PFAS inclusief polymere PFAS, waarbij aanvullende regels rond totaal fluor gelden.

De PPWR bepaalt bovendien expliciet dat naleving van deze PFAS-eisen in de technische documentatie moet worden aangetoond. Maar ook hier een belangrijke nuance: Dit betekent niet automatisch dat iedere levensmiddelenproducent iedere verpakking zelf op PFAS moet laten analyseren. Je kunt ook gebruikmaken van betrouwbare documentatie en onderzoeksgegevens van leveranciers. Maar je moet wel aantoonbaar kunnen maken waarom jij concludeert dat jouw verpakking voldoet.

En de bestaande voedselcontactregels blijven dus gewoon gelden

De PFAS-eisen uit de PPWR vervangen Verordening 1935/2004 niet. Sterker nog: de PPWR zegt expliciet dat haar chemische restricties gelden zonder afbreuk te doen aan beperkingen of specifieke maatregelen vanuit onder andere Verordening 1935/2004. Dat betekent dat een kunststof pot bijvoorbeeld tegelijk moet worden beoordeeld op:

  • PPWR-eisen;
  • Verordening 1935/2004;
  • Verordening 10/2011;
  • en eventuele andere toepasselijke eisen.

Een verpakking is dus niet automatisch geschikt voor levensmiddelen omdat hij alleen aan PPWR voldoet.

Hoe zit het met zware metalen?

De PPWR bevat ook een grens voor de som van: lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom. Deze stoffen mogen samen in beginsel niet meer dan 100 mg/kg bedragen in verpakking of verpakkingscomponenten. Ook hierbij geldt dat andere chemische wetgeving en voedselcontactregels daarnaast relevant kunnen blijven. Dit is dus eveneens informatie die je in je verpakkingsdossier wilt kunnen onderbouwen.

Moet alles nu al recyclebaar zijn?

Hier moeten we voorzichtig formuleren. De PPWR bevat omvangrijke eisen over recyclebaarheid en design for recycling, maar niet alle toekomstige beoordelingscriteria zijn nu al volledig operationeel. Verschillende technische methodieken, criteria, prestatieklassen en uitvoeringsregels worden de komende jaren verder vastgesteld. De Commissie geeft in haar eigen guidance aan dat er de komende twee à drie jaar nog diverse uitvoeringsmaatregelen, gedelegeerde handelingen, standaardisatieverzoeken en richtsnoeren zullen volgen.

Dat betekent niet dat je tot die tijd niets hoeft te doen. Het betekent wel dat het niet verstandig is om vandaag al zelf definitieve PPWR-recyclebaarheidsscores te verzinnen waar de Europese beoordelingssystematiek nog niet volledig voor beschikbaar is.

En de toekomstige etikettering?

Ook hier geldt: niet alles is sinds 12 augustus 2026 verplicht. De PPWR introduceert nieuwe geharmoniseerde etikettering voor bijvoorbeeld materiaalsamenstelling en afvalscheiding. Maar een belangrijk deel daarvan wordt pas later verplicht. De geharmoniseerde materiaallabels uit artikel 12 worden bijvoorbeeld pas verplicht vanaf 12 augustus 2028 of 24 maanden nadat de relevante uitvoeringshandeling in werking treedt, als dat later is. Dus ga nu niet allerlei zelfbedachte ‘PPWR-symbolen’ toevoegen omdat je denkt dat dit sinds augustus 2026 verplicht is. Wel kun je bij nieuw artwork alvast rekening houden met toekomstige ruimte voor nieuwe symbolen, QR-codes of andere informatiedragers.

Wat moet nu wél op of bij de verpakking?

De fabrikant moet ervoor zorgen dat de verpakking kan worden geïdentificeerd, bijvoorbeeld met een type-, batch- of serienummer of een ander identificatie-element. Daarnaast moeten de naam of handelsnaam en contactgegevens van de fabrikant beschikbaar zijn op de verpakking, via een QR-code of andere gegevensdrager, of wanneer dat niet mogelijk is in begeleidende documentatie. Dat staat los van de toekomstige afvalscheidingssymbolen. Denk dus aan twee verschillende onderwerpen:

Identificatie en traceerbaarheid van fabrikant/verpakking → nu relevant;

Geharmoniseerde materiaal- en sorteersymbolen → later.

Wat doe je met oude verpakkingsvoorraad?

Ook dit vraagt nuance. Bij PPWR is het juridische begrip ‘in de handel brengen’ belangrijk. Het gaat dus niet simpelweg om de vraag wanneer een verpakking is geproduceerd. Voor PFAS heeft de Europese Commissie expliciet verduidelijkt dat voedselcontactverpakkingen die vóór 12 augustus 2026 al in de EU in de handel zijn gebracht in beginsel op de markt mogen blijven.

Maar:

Een verpakking die vóór 12 augustus is geproduceerd en vervolgens pas ná 12 augustus 2026 voor het eerst in de handel wordt gebracht, moet aan de nieuwe PFAS-eisen voldoen. Er geldt hiervoor geen algemene aparte uitverkooptermijn alleen omdat de verpakking al eerder was geproduceerd. Bij verkoopverpakkingen kan bovendien het vullen en sluiten relevant zijn bij het bepalen wanneer de verpakking of het verpakte product daadwerkelijk in de handel wordt gebracht.

Dus:

‘Geproduceerd vóór 12 augustus’ is niet automatisch voldoende bewijs dat oude voorraad onder de oude situatie valt.

En wat is dan die pauzeknop waar iedereen het over heeft?

Verpact heeft voor bepaalde categorieën, waaronder verzendverpakkingen, serviceverpakkingen en primaireproductieverpakkingen, tijdelijk een stand-still of ‘pauzeknop’ aangekondigd voor bepaalde Nederlandse uitvoeringsvragen. Dat gaat vooral over de praktische toedeling van verantwoordelijkheden rond de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en aangifte.

Heel belangrijk: De PPWR zelf staat niet op pauze. De Europese product- en conformiteitseisen gelden gewoon volgens hun toepassingsdata. Laat je dus niet misleiden door de term pauzeknop.

Wat is dan voor nu praktisch voldoende?

Dit is misschien wel de belangrijkste vraag. Veel bedrijven willen nu weten: “Wat moet ik vandaag minimaal geregeld hebben zonder meteen een enorm PPWR-project op te tuigen?” Wij zouden het als volgt aanpakken.

  1. Breng eerst alle verpakkingen in kaart. Niet alleen de primaire pot, zak of doos. Denk ook aan doppen, liners, etiketten, folie, omdozen, trays, pallets, tape, verzenddozen en opvulmateriaal.
  • Bepaal vervolgens per verpakkingssysteem jouw juridische rol. Wie bepaalt de verpakking? Onder wiens merk komt deze op de markt? Wie vult en sluit? Wie importeert? Wie levert de verpakking? Wie is waarschijnlijk de PPWR-fabrikant? En wie is voor Nederland of andere markten de producent onder de UPV?
  • Vraag daarna je documentatie op. Voor een voedselcontactverpakking denken wij bijvoorbeeld aan:
  • Verpakkingsspecificatie;
  • Materiaalopbouw;
  • Materiaal- en componentgewichten;
  • Declaration of Compliance onder toepasselijke FCM-wetgeving;
  • Onderbouwing Verordening 1935/2004;
  • Bij kunststof: onderbouwing Verordening 10/2011;
  • Migratieonderzoek waar relevant;
  • Informatie over zware metalen;
  • PFAS-onderbouwing;
  • Beschikbare technische PPWR-documentatie;
  • Informatie over recyclaat en recyclebaarheid waar beschikbaar;
  • Traceerbaarheidsinformatie.

Vervolgens maak je een eenvoudige gap-analyse. Wat hebben we? Wat ontbreekt? Wat is nu al verplicht? Wat wordt pas later verplicht? En voor welke punten ontbreekt de Europese uitvoeringsmethodiek nog?

De EU-conformiteitsverklaring verdient aparte aandacht

Als jij juridisch de PPWR-fabrikant bent, moet je serieus kijken naar de vereiste EU Declaration of Conformity en technische documentatie. Zie dit niet als zomaar weer een leverancierscertificaat. De fabrikant verklaart hiermee dat de verpakking voldoet aan de toepasselijke PPWR-eisen. Vraag je verpakkingsleveranciers daarom niet alleen: “Is jullie verpakking PPWR compliant?” Vraag liever: “Welke gegevens en bewijsstukken leveren jullie zodat wij onze conformiteitsbeoordeling en technische documentatie kunnen onderbouwen?” Dat levert meestal een veel bruikbaarder gesprek op.

Nieuwe verpakking ontwikkelen? Denk alvast vooruit

De makkelijkste PPWR-verpakking is waarschijnlijk de verpakking die je vanaf het begin goed ontwerpt. Ga je nu een nieuwe verpakking ontwikkelen? Vraag dan niet alleen: Is hij mooi? Is hij goedkoop? Past het product erin?

Maar ook:

Kunnen we minder materiaal gebruiken? Kunnen we onnodige componenten verwijderen? Kunnen we materiaalsoorten eenvoudiger scheiden? Is de verpakking straks goed recyclebaar? Is gerecycled materiaal technisch en wettelijk mogelijk? Kan het formaat kleiner zonder productveiligheid of functionaliteit te verliezen? Kunnen toekomstige PPWR-labels eenvoudig worden toegevoegd?

Dan wordt PPWR geen administratieve reparatie achteraf, maar onderdeel van productontwikkeling.

Vergeet de voedselveiligheid niet terwijl je duurzamer verpakt

Dit vinden wij bij voedingsmiddelen misschien wel een van de belangrijkste boodschappen. Minder verpakking is niet automatisch beter als daardoor het product sneller bederft. Meer gerecycled materiaal is niet automatisch beter als het niet geschikt is voor het beoogde voedselcontact. Een dunnere verpakking is niet automatisch duurzamer als hierdoor veel meer productschade of voedselverspilling ontstaat. De PPWR moet daarom altijd samen worden bekeken met productbescherming en voedselveiligheid. Juist bij voedselcontactverpakkingen wil je dus dat QA/RA, duurzaamheid, inkoop en productontwikkeling samenwerken. Niet: duurzaamheid óf voedselveiligheid. Maar: een zo duurzaam mogelijke verpakking die het product nog steeds veilig en goed beschermt.

Wie moet hier binnen je organisatie eigenlijk bij betrokken zijn?

PPWR is geen onderwerp voor één afdeling. QA/RA kijkt naar wettelijke conformiteit en voedselcontactveiligheid. Inkoop vraagt informatie op bij leveranciers. Productontwikkeling bepaalt veel verpakkingskeuzes. Marketing bepaalt artwork en soms ook vorm en formaat. Operations bepaalt mede welke verpakkingen technisch werkbaar zijn. Logistiek gebruikt transport- en verzendverpakkingen. Finance krijgt mogelijk te maken met producentenverantwoordelijkheid en aangiften. En management moet beslissingen nemen over investeringen, leveranciers en verpakkingsstrategie. Wij zouden PPWR daarom opnemen in het normale change-control- of productontwikkelingsproces. Een nieuwe of gewijzigde verpakking? Dan automatisch ook een PPWR- en FCM-check.

Waar kun je betrouwbare informatie vinden?

Omdat er op dit moment veel blogs, checklists en commerciële PPWR-overzichten circuleren, zouden wij altijd teruggaan naar een paar primaire of betrouwbare bronnen. De belangrijkste is natuurlijk de PPWR zelf: Verordening (EU) 2025/40 op EUR-Lex. Daarnaast heeft de Europese Commissie in juni 2026 officiële guidance gepubliceerd waarin verschillende interpretatievragen, waaronder de rol van de fabrikant en merkhouder, verder worden uitgelegd. De Commissie benadrukt overigens zelf dat deze guidance de verordening niet vervangt en dat uiteindelijk alleen het Hof van Justitie bindend uitleg kan geven aan EU-wetgeving. Voor Nederland zijn ILT en Verpact belangrijke bronnen voor toezicht en producentenverantwoordelijkheid. En ook het artikel van de Kamer van Koophandel – ‘PPWR: dit betekent de Europese verpakkingswet voor je bedrijf’ vinden wij een heel prettig praktisch startpunt.

Voor voedselcontactmaterialen kijk je daarnaast naar: Verordening (EG) 1935/2004 voor het algemene FCM-kader; en bij kunststof: Verordening (EU) 10/2011 voor de specifieke kunststofregels.

Wat zou je vandaag al moeten doen?

Als je alle informatie over PPWR leest, kan het voelen alsof je meteen een compleet nieuw kwaliteitssysteem moet bouwen. Dat hoeft niet. Begin praktisch. Weet welke verpakkingen je hebt. Weet welke juridische rol jij hebt. Weet wie je leveranciers zijn. Vraag de beschikbare bewijsstukken op. Controleer voedselcontactmaterialen ook tegen 1935/2004 en waar relevant 10/2011. Borg de actuele PFAS-eisen. Start je technische PPWR-dossier. Leg vast welke eisen pas later van toepassing worden. En maak iemand verantwoordelijk voor het volgen van wijzigingen.

Dan heb je een stevige basis waarop je de volgende stappen kunt toevoegen zodra de uitvoeringsregels duidelijker worden.

Tot slot: PPWR is nog volop in ontwikkeling

En hier willen we heel eerlijk over zijn. De PPWR is inmiddels van toepassing, maar nog lang niet ieder praktisch detail is definitief uitgewerkt. De Europese Commissie geeft zelf aan dat in de komende jaren nog verschillende uitvoeringshandelingen, gedelegeerde handelingen, standaarden en aanvullende richtsnoeren worden verwacht. Ook de officiële guidance en FAQ’s kunnen worden bijgewerkt op basis van nieuwe praktijkvragen en ervaringen. Wij doen ons best om deze complexe regelgeving zo helder, praktisch en simpel mogelijk uit te leggen. Maar PPWR is sterk afhankelijk van jouw specifieke verpakking, rol, product, contractuele keten en landen waarin je verkoopt. Gebruik een blog daarom nooit als enige juridische onderbouwing. Eigen research en controle van de actuele wetgeving blijven noodzakelijk.

Kijk bij twijfel altijd naar de meest recente versie van de verordening, officiële Europese guidance en de informatie van de bevoegde Nederlandse instanties. Want bij PPWR geldt misschien nog wel meer dan bij veel andere regelgeving: het antwoord van vandaag kan door nieuwe uitvoeringsregels morgen nét iets specifieker zijn.

Scroll naar boven